Home

Organisatie
Wie wij zijn
Reizen op maat
Reiskalender 2012
Boeken
Contact
Nieuws
Reacties

Reisverslag Oekraine

>> klik hier voor meer informatie over deze reis

Verslag van de vogelreis naar Oekraïne van 12 -22 mei 2007

12 mei, heenreis
Via Budapest reizen we naar Odessa, waar we om kwart over drie lokale tijd arriveren. We maken kennis met Alexander de gids, Aleksei de chauffeur en Galina, onze tolk (Alexander spreekt geen Engels of Duits). Vanaf Odessa hebben we nog een lange rit te gaan naar ons hotel. De stop halverwege deed enkelen van ons alvast leuke vogelwaarnemingen doen, onder andere van de kleine klapekster, lachstern en de eerste Syrische bonte specht. We rijden een poosje in het donker, wat nog een ransuil oplevert en zijn uiteindelijk om half tien in het hotel. Het onophoudelijke mobiele getelefoneer van Galina met het hotel over de steeds maar opschuivende vermoedelijke aankomsttijd, heeft er in elk geval toe geleid dat het personeel nog aanwezig is en wij een heerlijke maaltijd krijgen.

13 mei Dnjepr, weldaad van de fluisterboot
In de vroege ochtend blijkt dat in het park rond ons hotel, eigenlijk een sanatorium, draaihalzen zitten. Na het ontbijt, dat met warm eten al de eerste kennismaking met een andere ontbijtcultuur betekent, vertrekken we naar een soort ecologisch centrum onder leiding van weer een andere Alexander. Na wat uitleg stappen we in twee fluisterboten en varen we door bredere en smallere vaargeulen naar een meer waar we geruime tijd stilliggen en dan weer kleine stukjes varen. De weldaad aan rust, stilte, zon, heerlijke temperatuur, schoonheid van meer en waterplantendek met een zeer uitgebreide watervogelfauna doet iedereen goed. We zien dwergaalscholvers, kwakken, purperreigers, ralreigers, witwangsterns, grote karekieten, buidelmezen, noordse en gewone nachtegaal en vele andere soorten. We zijn er ook getuige van hoe twee bonte kraaien slim samenwerken om twee keer een ei uit een nest van een witwangstern te roven.

Na de tocht gaan we terug naar het ecologisch centrum. Daar krijgen we een uitgebreide Oekraïense lunch. Moe en voldaan nemen we wat rust, sommigen in het hotel, anderen bij het ecologisch centrum. 's Middags maken we een tocht door een ander deel van de delta en een deel over de Dnjepr zelf. Ook dit is een heerlijke tocht met prachtig weer. We horen en zien veel dezelfde en weer andere vogels dan vanochtend met nog meer woudaapjes en verder boomvalken, buidelmezen, gekraagde roodstaarten, hoppen en de enige grijskopspechten van deze reis. Bij terugkomst in het hotel worden we verwelkomd door een roepende draaihals.

14 mei Op naar de Krim en de eerste droomsoort
We vertrekken tegen 8 uur en rijden naar Krasnoperekopsk. Onderweg zien we een landschap dat aan de Roemeense Dobroedsja doet denken. Eindeloze vlakten cultuurland met rechte wegen. Langs de wegen dubbele of viervoudige boomrijen. De bomen zijn hooguit 10 meter hoog en regelmatig zien we er enorme roekenkolonies in. Op veel plaatsen zitten er ook roodpootvalken tussen en zo nu en dan domineren deze valkjes zelfs de kolonies. Bij een hele grote kolonie stoppen we en wandelen we op enige afstand parallel aan de kolonie. Naast de duizenden roekenparen, en de vele roodpootvalken zitten er ook kleine zilverreigers. Volgens Alexander wel 600 paar. Ook zien we er kwakken met jongen in verschillende leeftijden.

Na de wandeling doen we lunchinkopen en rijden door naar een ecologisch centrum (volgens het uithangbord een "filiaal ornithologique") bij de Zwaneneilanden. In de schaduw eten we de lunch. Het blijkt dat de toestemming voor het bezoek aan de kolonie reuzenzwartkopmeeuwen weer opnieuw moet worden aangevraagd. Galina is er met haar mobieltje heel druk mee maar het lukt haar uiteindelijk. Ze is haar gewicht in goud waard (gelukkig weegt ze niet zo veel).

We moeten lang wachten maar het is de moeite waard, want het weer is prachtig en we kunnen al die tijd genieten van de zeer rijke vogelwereld in de lagune voor ons. Vele vogels worden gescoord waaronder reuzenstern, lachstern, dwergstern, lepelaar, kleine en strandplevier, de eerste duinpiepers en kalanderleeuwerikken. Uiteindelijk komt er een bootje met buitenboordmotor, die telkens 4 van ons naar de kolonie vaart. Daar mogen we korte tijd naar de krijsende kolonie reuzenzwartkopmeeuwen kijken, met jongen in verschillende leeftijden! Naast deze kolonie zijn er kolonies met duizenden Kaspische meeuwen, zwartkopmeeuwen, dunbekmeeuwen en aalscholvers. Na de bezoeken gaan we moe en voldaan terug naar het hotel waar we om 7 uur dineren.

15 mei de gids leert een nieuwe soort
We gaan naar het Kerch schiereiland en bezoeken onderweg Sivash, een moerasgebied. De dag is weer zonovergoten. Onderweg zien we schreeuwarenden en de eerste arendbuizerd. In de steppe liggen ondiepe meertjes. Hier stoppen we. Een shabby kolchoze ligt plompverloren in het landschap. Hoewel het riet het zicht op het water op veel plaatsen hindert zien we heel mooi krooneenden, zelfs met jongen. In het riet laat een waterral zich horen en er zingen natuurlijk talrijke grote karekieten, maar ook veldrietzangers die zich prachtig laten bekijken. De gids blijkt ze niet te kennen, hoewel hij verder uitstekend op de hoogte blijkt van soorten en hun voorkomen. Na prachtige waarnemingen van roodkeelpiepers rijden we verder. De lunch wordt ingekocht en we gaan hem opeten op een hoge plek met fantastisch uitzicht op een enorme rietveld. Ook hier veldrietzanger en snor, baardman en uiteraard weer vele grote karekieten. Op een hoger gelegen stukje loopt een duinpieper.

Daarna rijden we door tot voorbij Feodosia. Hier is een steppegebied waar de lucht vol is van de zingende kalanderleeuwerikken. Een meertje zit vol steltlopers met o.a. groenpootruiter, bosruiter, krombekstrandloper. Er is een kolonie met zwartkopmeeuwen en dunbekmeeuwen. Hierna rijden we terug naar ons hotel in Feodosia. Een prima plek die zich leent voor een bescheiden kroegentochtje in de avond.

16 mei op naar de volgende droomsoorten
We reizen verder naar het oosten op Kerch, vlak langs de kust van de Zee van Azov. Spoedig na vertrek laat Alexander de bus stoppen bij een vlakte die wat lager ligt dan de weg. Hoewel de jufferkranen ver weg lopen, zijn ze met de telescoop buitengewoon goed te zien. We stoppen onderweg voor een steenuil op een elektriciteitspaal en voor de eerste scharrelaar. Ons hoofddoel is een voormalig militair oefenterrein, een reusachtige onbewoonde en stille steppe met heuvels en lage kommen, waar soms meertjes in liggen. Dominant aanwezig zijn drie soorten steppegras, maar daartussen een grote variatie van allerlei typische plantensoorten zoals vleugeltjesbloem, orchideeën, klavers, vlas enz.. Waar het ons vooral om doen is zijn de grote trappen. Uiteindelijk vindt een van ons met arendsogen een groepje, zo ver weg dat het met de telescoop nog regelmatig een klus is om ze te vinden. Als bijvangsten tijdens de lange wandeling zien we nog meer jufferkranen, bergeenden, bijeneters, talloze kalanderleeuwerikken en 2 vossen.

Terug bij de bus verorberen we de lunch. Daarna gaan we naar het volgende punt. Vanuit een dorpje maken we een forse wandeling naar de kust met als doel de daar broedende bonte tapuiten. We zien ze! Onderweg treffen we ook de gewone en de isabeltapuit. En nu we er toch zijn nemen een aantal van ons meteen maar een frisse duik, in de zee van Azov.

De wandeling terug eindigt niet precies bij de bus, maar bij de dorpskroeg waar we de rest van de groep aantreffen. Deze lieden hadden scherp ingeschat dat ze wandeling toch niet zouden afronden en troostten zich met het goede Oekraïense bier. Genietend van het welverdiende bier krijgen we nog zicht op de zwartkopgors en een passerende sakervalk. We slapen vannacht in een hotel in Kerch.

17 mei nog meer droomsoorten
De wielewaal wekt menigeen van ons. Bij het ontbijt wordt melding gemaakt van de roepende dwergooruiltjes in de afgelopen nacht. Na het ontbijt slaan we meteen de lunch in en kopen we in een plaatselijk postkantoortje alle ansichtkaarten en postzegels op. We rijden nu vanaf Kerch door het zuidelijke steppegebied van de Krim, naar een plek waar de weg hoog boven een steppemeertje ligt. Daar kunnen we weer ons hart ophalen aan jufferkranen, casarca, zomer- en wintertaling en andere eenden. Bijzonder hier is een groepje grauwe franjepoten. Vervolgens rijden we naar een ander ondiep steppemeer. We moeten een klein eindje lopen om bij de ondiepe plassen te komen. Vanaf de zandweg hebben we uitzicht op een grote kolonie krijsende zwartkopmeeuwen, waarachter een grote kolonie dunbekmeeuwen. Ook vinden we er lachsterns, grote sterns en visdiefjes. Alexander heeft er nauwelijks aandacht voor. Hij wil verder voor de belangrijkste soort. Even later wordt er weer gestopt en we kunnen vanaf de weg over een uitgestrekte steppe kijken, waar Alexander ons al snel op een groep van 25 grote trappen wijst en op een tweetal jufferkranen.

Na verloop van tijd rijden we weer verder door het weidse landschap met de bomenrijen langs de weg. We stoppen bij een oude roekenkolonie die geheel overgenomen is door vele 10-tallen roodpootvalken. We kunnen er op ons gemak van genieten. We zoeken een lunchplek en ook die blijkt toevallig onderdeel te zijn van een kleine kolonie roodpootvalken.

Het laatste plekje waar we deze dag komen, doet het verzadigingspunt langzamerhand bereiken. Een langwerpig meer met veel riet wordt bevolkt door grote karekieten, veldrietzangers, witoogeend, dodaars en twee paar roodhalsfuten. Het klapstuk lijkt een overvliegende juveniele keizerarend te zijn. De euforie is zo groot dat we de twee wespendieven die er vlak bij vliegen over het hoofd zien. Alleen Alexander ziet ze. Misschien was de keizerarend een hoogtepunt; we zijn nog niet klaar. Rijdend naar Feodosia, dat nog maar een paar "werst" gaans is, stoppen we bij een paar kleine struikjes langs de weg. Het duurt even voor iedereen alles gezien heeft maar dan hebben we ook sperwergrasmus met zijn prachtige felgele ogen bijgeschreven. In de verte zien we de eerste roze spreeuwen......

18 mei een lange wandeling en tot slot een roze waas
We gaan vandaag naar de Karadag, het restant van een oude vulkaan die al uitgedoofd was vóór de tijd van de dinosauriërs. Het is een Nationaal Park aan de kust van de Krim, waardoor we hier ook erg mooi de kuifaalscholvers zien. Na een kort bezoek aan het fraaie museum maken we onder leiding van een lokale gids een prachtige wandeling door het gebied. Ook Galina gaat mee op haar damessandaaltjes, nadat ze ons gewaarschuwd heeft toch vooral goede wandelschoenen aan te trekken. Niet alleen vogels zoals de algemene alpengierzwaluwen, maar ook de flora en het schitterende landschap maken veel indruk. Er zitten een paar stevige stukjes stijgen bij, maar het blijkt voor iedereen die meegaat te doen. Een van de vogelkundige bijzonderheden hier is het gezamenlijk voorkomen van de sakervalk en de slechtvalk. We zien de sakervalk goed, maar de slechtvalk niet. Naast torenvalk, boomvalk en buizerd zien we erg mooi een tweetal slangenarenden.

Na lange wandeling lunchen we in een eenvoudig restaurant bij de ingang van het gebied. Na de lunch rijden we terug naar Feodosia, maar we slaan vlak voor de plek waar we gisteren de sperwergrasmus zagen linksaf naar een oude Kolchoze. Dit is de plek waar we de roze spreeuwen zagen. We nemen er ruim de tijd voor. Ettelijke honderden roze spreeuwen bevolken de daken van de schuren. De eternieten golfplaten hebben kennelijk onder de rand ideale nestplaatsen want we zien er constant roze spreeuwen in- en uitgaan. Sommige mannetjes zijn vol op kleur en baltsen voortdurend. Voor andere moet de top nog komen. Daarnaast zien we hier ook nog een hop en een duinpieper op de daken. Na het diner in hotel Lydia houdt Galina nog een verhaal over de Oekraïne.

19 mei dolfijnen, Stalin, Churchill en Roosevelt
Vandaag maken we een tocht langs de kust. Het doel is om zeevogels en dolfijnen te zien. Dat lukt ook, maar niet erg gemakkelijk. Op de eerste stopplaats blijven we te lang hangen voor een paar verre tuimelaars en een parelduiker. Bij het stijgen en dalen over de kustweg hebben we goed zicht op de zee en dat leidt uiteindelijk toch tot een paar fraaie waarnemingen van tuimelaars dicht onder de kust. Onderweg vanuit de bus worden af en toe nog bijzondere waarnemingen gedaan, zoals ortolaan, monniksgier en arendbuizerd. Al met al duurt het allemaal te lang en komen we met vertraging in Jalta aan. Galina slaagt er alweer in met haar aan haar oor vastgegroeide mobieltje al de afspraken te verzetten. In Jalta ontmoeten we nog een Galina, een zeer struise energieke en praatgrage gids voor die middag. Ze loodst ons door het paleis van de tsaar, het Livadia-paleis, waar de grote conferentie van Jalta heeft plaatsgevonden en waar ook de laatste tsaar regelmatig verbleef met zijn gezin. Ook hier loopt het programma enorm uit in de tijd, maar uiteindelijk is er toch nog gelegenheid om in het oude centrum aan de haven rond te kijken, te wandelen en winkeltjes te bezoeken. Op het grote plein is een soort kermis, een grote McDonald's en er speelt een band. Een veertigtal merendeels oudere mensen danst op de muziek van de band.

20 mei een lange rit
Vandaag een lange tocht langs de kust, een bergpas over en dan weer een eind in dezelfde richting terug. We moeten omrijden omdat door een aantal grondverschuivingen de korte route door de bergen onbegaanbaar is. Voor we de kust echt verlaten bezoeken we nog een kerk bij Foros. Het is zondag dus de kerk is overvol. Er zouden hier ook slechtvalken zijn maar we zien slechts torenvalken.

Het doel zijn de bossen en een gierenkolonie. Het valt tegen. Er is nauwelijks wat te zien en de enige die we zien zijn langs zeilende vale gieren en een enkele monniksgier. Een wandeling in de omgeving levert nog boompieper, draaihals, geelgors, cirlgors, ortolaan, buizerd, slangenarend en arendbuizerd op. De bossen hier op de Krim zijn geen dichte wouden van hoogopgaande bomen maar meer laagblijvend open bos, met een mediterraan karakter. Als wij er zijn is het door de hitte vrij stil.

De reis gaat door naar Simferopol waar we zullen overnachten, en waar we nog tijd hebben ter eigen besteding. Na het diner wordt het donker en een aantal van ons gaat wandelen. Met enige overredingskracht en een paar woorden Russisch krijgen we de bewaking van het parkje tegenover ons hotel zover om ons een half uurtje toe te laten. Dat levert in elk geval nog een paar overduidelijk herriemakende dwergooruilen op. We zien en horen ze. De bewakers van het park vermaken zich buitengewoon over deze vreemde vogelliefhebbers.

21 mei Intercontinentale steppe
Het doel is vandaag een steppe met de Werelderfgoed status: Askania Nova. Onderweg passeren we een landengte bij de Zee van Azov. Er zijn ondiepe lagunes en de vogellijst wordt weer uitgebreid: grutto, rosse grutto, Temmincks strandloper, maar als mooiste een groep breedbekstrandlopers. Daarna door naar Askania Nova, onderweg nog even opgehouden door een zeer fraaie arendbuizerd.

Bij Askania Nova blijkt alles anders dan verwacht. Er is een bezoekerscentrum. De echte steppe is voor niemand toegankelijk. Er is een toeristisch gedeelte dat we dan maar bezoeken. Terwijl we wachten eten we de lunch op. Hier worden nog een zwarte roodstaart, sperwergrasmus en zanglijster waargenomen.

We krijgen als gids een aardig meisje mee, Tanja die flink haar best doet maar niet echt begrijpt wat wij belangrijk vinden. Het toeristisch gedeelte is opgesplitst in een aantal deelgebieden, die elk een dierenbevolking uit een ander continent heeft gekregen. We zien er dus rare herten, antilopen, bizons, zebra's enzovoorts. Gelukkig zijn de vogels er spontaan (onder andere kraanvogels) dus daar kunnen we nog wel van genieten, maar het is bepaald niet de steppe met natuurlijke fauna die ons voor ogen staat. Het hele idee stamt nog uit de tijd van het Sovjet-idealisme om de natuur te onderzoeken, experimenten uit te voeren (hier dus met introducties van exoten) en vervolgens nuttig te maken. De aan het centrum verbonden dierentuin bezoeken we ook maar kort. Daarna moeten we nog flink doorrijden naar Kherson, waar we overnachten.

22 mei back home
Dan is de reis alweer bijna voorbij. We rijden om half negen weg met lunchpakketten uit het hotel. Omdat in elk geval het vliegtuig gehaald moet worden én vanwege de onzekerheid of alles binnen het verwachte aantal uren kan worden gereden moeten we een veilige tijdsmarge aanhouden. Omdat alles voorspoedig gaat zijn we royaal op tijd in Odessa, maar niet zó royaal dat we nog een stadsrit kunnen inplannen. We hebben dus nog tijd om te relaxen op het vliegveld.

Die tijd krijgen we niet in Budapest, waar we in drie kwartier moeten proberen ons temidden van vele anderen langs de veiligheidscontrole te worstelen om op tijd in het laatste vliegtuig naar huis te komen. En dat lukt gelukkig ook, zodat we weer op tijd in Nederland zijn om afscheid te nemen en het laatste stukje naar huis af te leggen.

Kleine klapekster
Kwak
Vrouwtje roodpootvalk
Reuzenzwartkopmeeuw
Dwergaalscholver
Purperreiger
Bonte tapuit
Roze pelikanen
Dwergstern
Sperwergrasmus
Karadag
Roze spreeuw
Jalta
Livadiapaleis
Balkankwikstaart
Alpengierzwaluw
Grauwe klauwier
Vorkstaartplevier