Home

Organisatie
Wie wij zijn
Reizen op maat
Reiskalender 2012
Boeken
Contact
Nieuws
Reacties

Reisverslag Baikalmeer

>> klik hier voor meer informatie over deze reis

Verslag van de natuurreis naar Siberië van 29 juni tot en met 12 juli 2002

29 juni en 30 juni Een lange reis met een beetje pech
's Ochtends om zes uur verzamelen wij ons met zijn zevenen op Schiphol. De luchtvaartmaatschappij heeft vier van ons overgeboekt naar een andere maatschappij. Die vliegen dan ook een andere route en zullen iets later in Moskou aankomen. In deze overgeboekte groep blijken de gelukkigste deelnemers te zitten, want zij zien hun bagage in Moskou terug. Bij aankomst in Moskou blijken de eerder aangekomen drie deelnemers hun bagage kwijt te zijn. Er begint een urenlange periode van soebatten met luchtvaartmaatschappij en douane en afwachten van binnenkomende vliegtuigen, die wellicht nog bagage bij zich hebben. Uiteindelijk blijken onze koffers er niet bij te zitten en gaan we per taxi naar het oude vliegveld voor onze binnenlandse vlucht naar Irkoetsk. De vlucht naar Irkoetsk duurt vijfeneenhalf uur. We vertrekken om acht uur en vliegen oostwaarts. Dat heeft tot gevolg dat het niet echt nacht wordt en we toch 's ochtends om half zeven aankomen. Door de mist op het vliegveld van Irkoetsk vliegen we over het Baikalmeer heen naar Ulan Ude, de hoofdstad van de autonome deelrepubliek BoerjatiÎ. Vliegend over het Baikalmeer krijgen sommigen van ons een fraai uitzicht over de Selengadelta. Op het vliegveld van Ulan Ude moeten we een paar uur wachten tot we naar Irkoetsk kunnen vliegen. In de tussentijd kijken we wat rond op het terrein voor het vliegveld waar allerlei bloemen staan te bloeien en veel vlinders rondvliegen. Ook zit de lucht vol Pacifische gierzwaluwen, die wat slanker zijn en een witte stuit hebben. Bijna allemaal behoren ze tot die soort. Er zijn maar weinig gewone gierzwaluwen tussen. Ook het vertrouwde geluid van de koekoek wordt veel gehoord en we zien er ook een paar. Als we eindelijk weg kunnen is het tien uur. De vlucht duurt maar een half uur tot we in Irkoetsk zijn. We worden welkom geheten door Dima, onze agent die de hele reis bij ons blijft. Ook zijn vrouw Katja is er bij. Zij belooft haar best te doen de bagage te achterhalen en deze te laten doorsturen naar Irkoetsk. Met de bus gaat het naar de haven waar de hydrofoil, een snelle boot, klaarligt die de veerdienst onderhoudt op de rivier de Angara van Irkoetsk naar Listvianka aan het Baikalmeer. Na aankomst brengen we onze bagage op de boot waarmee we de komende dagen zullen gaan varen. Daarna gaan we naar een restaurant om te brunchen. Als dat er op zit en we wat opgeknapt zijn van het reizen, bezoeken we het natuurmuseum vlakbij waar we een indruk krijgen van het leven op en rond het Baikalmeer. Daarna gaan we met de veerboot in 20 minuten naar Port Baikal. Daar is onze bestemming een in traditionele stijl gebouwd hotel. We kunnen er heen lopen of met een busje. Iedereen gaat graag lopen. Alleen de bagage gaat met het busje. Dit eenvoudige hotel ligt prachtig met achter ons dicht beboste heuvels en voor ons het uitzicht op de Angara en het Baikalmeer. 's Avonds is er gelegenheid om de banja, de gezellige Russische sauna te gebruiken waar graag gebruik van wordt gemaakt.

1 juli Kennismaking met de taiga en begin van de boottocht
De volgende dag stellen we het vertrek met de boot nog een paar uur uit in de hoop goed nieuws te horen over de vermiste bagage. In de tussentijd maken we nog een wandeling in de omgeving waarbij we ook nog een eind de uitgestrekte berkenbossen inlopen. Het weer is gelukkig mooi. In de omgeving liggen kleine graslandjes, die ware vlinder- en bloemenzeeÎn zijn en waar de vogelaars hun hart ophalen aan zingende roodmussen, Siberische boompieper, spiegelroodstaart, rosse gors en witkopgors. Helaas krijgen we te horen dat de bagage er nog niet is en besluit de reisleider dat we vertrekken. De boot ligt klaar met de bemanning, die bestaat uit de kapitein, zijn vrouw die voor maaltijden zorgt, hun zoon en een machinist. We vertrekken en leggen nog even aan in Listvianca om wat inkopen te doen voor de komende vijf dagen. Daarna varen we uren langs de westkust van het Baikalmeer, dat hier geheel behoort tot het Prebaikalsky Nationaal Park. We passeren eindeloze bossen op steile hellingen, slechts ÈÈn dorpje, Bolshoe Golo-ustnoye en een wetenschappelijk station. Aan het eind van de middag bereiken we het huis van Kolja, een van de rangers van het Nationaal Park. We maken er twee wandelingen. De eerste begint langs een binnenmeertje waarop een brilduiker en twee jongen zwemmen en gaat vervolgens een eind het bos in. De tweede wandeling gaat over een helling langs de oever. Het laatste is vooral bedoeld om auerhoenders te zien. Hoewel dat helaas niet lukt zijn beide wandelingen heel mooi ook al is het een beetje regenachtig geworden. Het is al donker als we weer wegvaren. Het doel is een kamp waar we weer de banja in kunnen. Na een poosje varen zien we in de verte tegen de donkere oever een vuurtje. Dichterbij gekomen blijkt dit het kamp te zijn. We zijn echter zo laat dat de banja alweer afgekoeld is. Opnieuw opwarmen gaat zoveel tijd kosten en het is al middernacht, dat we maar doorvaren. Per slot van rekening is er ook een goede warme douche aan boord.

2 juli Het eiland Olkhon en een sjamaan
Terwijl we lekker slapen vaart de boot door met een gangetje van 20 km per uur. Nadat we wakker zijn geworden krijgen we ontbijt, dat bestaat uit onder andere pannenkoeken met appelmoes, zalmkaviaar en brood. Intussen zoeken Dima en de kapitein met behulp van GPS de doorgang tussen het vasteland en het eiland Olkhon. Hoewel ze denken al te ver te zijn blijkt dat niet zo te zijn als ineens de mist optrekt. We liggen er precies voor. We varen nu het water tussen het eiland en het vasteland op. Langs de kusten zien we veel Mongoolse zilvermeeuwen, af en toe kolonies Pacifische gierzwaluwen, groepen middelste zaagbekken en soms grote zeeÎenden. De zon schijnt en we hebben een prachtig zicht op het eiland dat hier in het zuidelijk deel vrijwel geheel is bedekt met graslanden als gevolg van de intensieve schapenbegrazing. De noordelijke helft van het 80 km lange en 15 km brede Olkhon is nog dicht bebost. We varen door tot we bij Khuzhir aankomen, het belangrijkste dorp op het eiland. Hier wonen 1200 van de in totaal 2000 bewoners van Olkhon. We gaan aan land en lopen door het dorp. Op een markt worden wat kleren gekocht door pechvogels van wie de bagage niet aankwam. Daarna wandelen we door tot een rots, die via een smalle engte met het eiland is verbonden. Deze rots was vroeger een heilige verblijfplaats van sjamanen, die het gewone volk de toegang onthielden. Toevallig is er vlakbij een sjamaan aanwezig die aan een groep Deense toeristen zijn verhaal doet en wat dansen uitvoert. We bekijken met interesse hoe hij zijn verhaal doet en de Denen aan het dansen krijgt. Daarna bezoeken we de rots. De boot vaart intussen de haven uit naar de rots toe en we gaan weer aan boord. Het prachtige zonnige weer doet ons besluiten aan dek te lunchen. Als vlak daarop de boot weer begint te varen wordt het ondanks de felle zon toch best koud op het dek met de kille wind. We houden echter vol en komen na een uur aan op de westoever van het meer. Een groepje casarca's vliegt verschrikt op. We horen en zien kleine plevier en oeverloper. Hier maken we een wandeling door een open gebied met verspreide bomen, waar we kruisbek en witkopgors mooi te zien krijgen. Meer landinwaarts gaat het terrein over in taiga-bos op de hellingen met zwarte specht en Swinhoe's boszanger, een vroegere ondersoort van de grauwe fitis, die nu als aparte soort beschouwd wordt. Het doel is een heilige bron van de oorspronkelijke bewoners. Die bereiken we en we drinken van het glasheldere zuivere water. Verderop de helling hebben we prachtig uitzicht op het meer. Tijdens de afdaling komen we een paar slangen tegen waar heel wat foto's van gemaakt worden. Volgens Dima zijn het giftige slangen en hij weet ook een verhaal te vertellen over een Amerikaan, die gebeten was door onvoorzichtigheid en met een helikopter naar een ziekenhuis gebracht moest worden. We gaan weer terug naar de boot en kunnen heel fraai een aantal bobakmarmotten zien die in het open terrein spelen. Dan varen we terug naar Olkhon, waar we aan land gaan bij een verlaten visverwerkingsfabriek. Daarachter ligt een groot duingebied, deels kaal en deels begroeid met dennenbossen. We maken er een lange avondwandeling met als belangrijkste doel auerhoenders te zien. Verder dan het geluid van een verschrikt wegvliegend hoen komen we niet. Vlak voor we bij de boot aankomen horen we wel luid en duidelijk de roep van de nachtzwaluw. Die nacht vaart de boot weer verder terwijl we slapen.

3 juli De Lena, een beer en een wolf
Het is tien uur. De boot legt in de ochtend aan bij een plekje langs de kust waar het pad begint naar de Lena, de langste rivier van Rusland. Nog niet afgekoelde poep van een beer ligt op het pad, dat door hoge kruidenvegetaties en open bos voert. We komen een kudde verwilderde paarden tegen waarvan een merrie littekens vertoont van een aanval van een beer. We lopen door ongestoorde taigabossen de berg op en nemen regelmatig rust. We hebben geen haast en doen zo rustig aan dat iedereen makkelijk kan volgen. Bij een klimgedeelte wordt een beer verrast die er gehaast vandoor gaat. Sommigen van ons zien hem niet omdat de aandacht werd vastgehouden door een grondeekhoorn. Andere soorten die we zien en vooral horen zijn Swinhoe's boszanger, boomklever, taigaboomkruiper en vooral veel notenkrakers. Tenslotte komen we aan op een pas, het is nu drie uur, waar een steen ligt en mensen papiertjes met allerlei boodschappen hebben achtergelaten. Vandaar lopen we nog een eindje door tot we een fraai uitzicht hebben op de bovenloop van de Lena, hier ongeveer 40 kilometer vanaf de bron. Nog 200 kilometer stroomafwaarts is pas de eerste menselijke bewoning, slechts 6 huizen. De eerste 240 kilometer is de Lena puur natuur met kristalhelder water, dat heel goed smaakt. De omgeving is hier ongelooflijk mooi met de rust, de bloemenzee om ons heen en de bijzondere vegetaties van dwergberken en jeneverbessen met uitgestrekte vlakten korstmossen, dit alles opgeluisterd met de heldere zang van de wilgengors. Uit de rugzak van Dima komt een ketel, de lunch en thee en koffie. Het water wordt op een kampvuur gekookt. Om half zes lopen we weer terug over hetzelfde pad. Waar de op de heenweg de beer werd gezien zag Dima met een reisgenote nu een wolf. Kennelijk lag daar een dode prooi. Anderen waren druk bezig met het bekijken en beluisteren van een zingende blauwstaart en missen dus de wolf. Verder teruglopend krijgen we regen. Het pad wordt her en der wat glibberig, maar er gebeuren geen ongelukken. Onderweg zien we een aantal keren een jong hazelhoen en soms notenkrakers. Raven laten zich vaak horen. We wandelen nu door naar een weerstation waar de boot ligt te wachten. Het is tien uur en we zijn behoorlijk moe maar ook voldaan van een fantastische wandeling. De bewoners van het weerstation geven ons een tas vol gedroogde omul mee. We blijven hier in de nachtelijke stilte liggen voor de oever vlak bij het weerstation.

4 juli Baikalrobben en hete bronnen
We verlaten om half zes in de ochtend de westoever van het meer en steken over naar de Ushkeny-eilanden. De lokale bewaker is wegens problemen met stroperij niet aanwezig en heeft laten weten dat we ons zelf moeten helpen. We gaan op het tweede eiland van de vijf aan land en sluipen heel voorzichtig naderbij om de baikalrobben te kunnen zien. Als we na bijna twee uur, veel langer dan eigenlijk is toegestaan, weer vertrekken heeft iedereen tot volle tevredenheid de robben gezien en weten we ook dat we ze niet of nauwelijks verstoord hebben. Normaal duiken ze bij het minste geringste wantrouwen het water in. Dat is geen enkele maal gebeurd. In tegendeel de baikalrobben waren vooral bezig met luieren en met onderlinge conflicten om stenen waarop ze hun winterharen kunnen afschuren. Hierna varen we verder naar het oosten. De gelegenheid wordt aangegrepen om een middagslaapje te doen. We varen bovenlangs om het schiereiland Soyatoi heen en leggen om twee uur aan in Chivyrkuskiy baai bij de twee heetwaterbronnen. Hier maken we uitgebreid gebruik van, hoewel het water in een van de bronnen wel erg heet is. Maar dit water vinden sommigen weer uiterst geschikt om een emmertje vol te gooien waar dan de kleren in gewassen kunnen worden. Jammer genoeg zijn een paar van ons ziek, om onduidelijke reden. De gedachte is dat de gedroogde omul, die we bij het weerstation gekregen hebben niet helemaal goed meer was. Maar degenen die er het meest van aten zijn niet ziek. Tegen de avond leggen een paar boten aan. Een is van rangers van het Nationaal Park en belast met de controle van de vergunning van de boot. Alles is in orde maar het duurt wel lang voor ze klaar zijn met napraten. Dima regelt met de rangers meteen een lunch te velde voor twee dagen later. De andere boot is met Russische toeristen die veel van luide muziek houden. We vragen de kapitein om ergens anders te gaan liggen. Hij vaart met duidelijke tegenzin weg naar het midden van de baai waar we heerlijk rustig voor anker gaan. We kunnen nu in het invallende duister genieten van een stille omgeving waar het nog echt nacht wordt, met overal om ons heen duisternis zonder muggen. EÈn kampvuurtje in de verte versterkt dit gevoel meer dan dat het verstoort.

5 juli Wandelen rond Chivyrkuskiy baai
In de ochtend om half zeven vertrekken we naar het vissersdorpje Kuburlik waar we een twee uur durende wandeling gaan maken door de bossen op de oevers. Het dorpje is klein en bestaat uit een lange rij in traditionele stijl gebouwde huisjes. Dit zijn houten huizen die met houtverbindingen in elkaar worden gezet en onveranderlijk golfplaten daken van asbest hebben. Het verschil hier met andere dorpen is dat er geen houten hekken om de huizen staan. Onder sommige dakgoten nestelen Pacifische gierzwaluwen. De wandeling gaat door een bos waar we verschillende vogelsoorten horen of zien (koperwiek, keep, grote bonte specht en roetvliegenvanger) en veel planten, waaronder linneusklokje en venusschoentje. Jammer genoeg zijn van de laatste alle bloemen, het zijn er honderden, uitgebloeid of over het hoogtepunt van de bloei heen. We wandelen door het bos heen tot we bij een schiereiland komen waar een klein dorpje ligt, Katoen geheten. Rond het dorp liggen uitgestrekte gras- en zeggelanden. We zien er ook vogels oeverloper, bosruiter, een familie tapuiten, spiegelroodstaarten, stormmeeuw, mongoolse zilvermeeuwen en visdieven die hier een geheel zwarte snavel hebben. De boot is ook naar het dorp gevaren en we kunnen aan boord voor de lunch. Maar eerst gaan een paar van ons zwemmen. Het water is hier in de kleine baai bij het dorp veel warmer dan elders en dat maakt de temperatuur "zwembaar". Ook is dit een van de weinige plekken waar dichte vegetaties van grote fonteinkruiden in het water groeien. Na de lunch varen we terug naar de heetwaterbronnen. Daar maken we in de namiddag een wandeling rond de baai. Omdat we de tocht toch wel lang vinden om weer terug te lopen gaat Dima proberen door hard te roepen de boot naar deze kant te krijgen. Na heel wat geroep krijgen ze aan de overkant van de baai door dat er wat is en komt de boot inderdaad. Iets wat niemand verwacht had gezien de breedte van de baai. Om zes uur zijn we weer bij de bronnen, waar we nog uitgebreid van genieten. De zieken zijn weer aan de beterende hand, het is lekker rustig en we kunnen lang op het dek blijven. Omdat we langs de oever liggen komen rond half elf de muggen duidelijk maken dat het bedtijd is.

6 juli Een lange dag met duinen, zeearenden en veel bos
's Nachts is de boot vertrokken met de tocht rond het schiereiland naar het zuiden toe. De bedoeling is dat we ergens bij het tientallen kilometers lange strand aan wal gaan. Dit gaat echter niet door vanwege de wind. De boot kan er zeker niet komen gezien de ondiepte en de speedboot zou beschadigd kunnen worden of vastraken. We varen direct door naar Ust Barguzin. Daar in de haven nemen we afscheid van de boot en de bemanning, in het bijzonder Ljoedmilla die al die dagen zo geweldig voor ons gekookt heeft. Er staat een busje klaar en die brengt ons naar het kantoor van het Nationaal Park. Daar blijkt net een bijeenkomst te zijn van medewerkers van alle parken rond het meer. Die gaan juist aan de lunch en dat betekent wodka. Gastvrij als ze zijn bieden ze ons ook wodka aan en het wordt daar dus best gezellig. Als alle formaliteiten geregeld zijn en de wodka op is vertrekken we weer naar de rivier. Om echter daaroverheen te komen met de veerpont duurt wel even want het is vreselijk druk geworden. Gelukkig is er heerlijke gedroogde vis (omul) te koop en arve-zaden die we opknabbelen. Eenmaal aan de overkant rijden we naar een meer, waar we zwemmen en een lunch krijgen van vis, die bij een kampvuur is geroosterd, met thee en sla, tomaten en brood. Daarna rijden we over een onverharde weg door de duinen naar een plek waar we van flinke afstand een nest met twee jonge zeearenden kunnen zien, in een lage boom in het verder erg open moerasgebied. Ook zien we de volwassen vogels heel mooi maar wel een beetje ver. Bruine klauwier en wilgengors zijn volop aanwezig. We zien een valk heel ver weg, waarover de discussie welke soort het is niet besloten wordt. De Russen zeggen slechtvalk, sommigen van ons denken boomvalk (beide algemeen hier) en de reisleider denkt amoervalk, ook niet zeldzaam. De duinen zijn heel rijk aan bloemen en plasjes met zegge-vegetaties. Aan het strand gaan we zitten uitkijken naar overvliegende parelduikers. We zien er vier die heen en weer vliegen tussen hun foerageergebied in het meer en hun nest ergens in het moeras. Het is inmiddels laat en we rijden terug naar de pont, waarvoor het nu niet zo druk is. Een heel erg lange tocht begint nu naar Ulan Ude, nog 300 kilometer door de taiga. Eerst rijden we uren over een onverharde weg die vervolgens overgaat in een asfalt weg. Daar gebeurt het dat een onderdeel van de bus afbreekt. Gelukkig kan de bus wel verder rijden maar het tempo wordt wel wat minder, maar ook prettiger. In Ulan Ude is het inmiddels donker en stikdruk vanwege een boerjatisch feest. Tot overmaat van ramp krijgen we ook nog een lekke band. Uiteindelijk komen we om half een in het hotel aan, waar de inschrijving ook nog de nodige tijd kost. Gelukkig kunnen we nog wel avondeten krijgen, zodat we om twee uur 's nachts niet met een lege maag in bed stappen.

7 juli Boeddha en jufferkranen
De volgende dag duurt het even voor de bus gemaakt is. In de tussentijd eten we in de stad het typische gerecht van de boerjaten, "pose". Het is een gehaktballetje in een jus dat in een soort zakje van deeg klaargemaakt is. Je moet voorzichtig de onderkant een stukje openbijten, dan de jus eruit slurpen en vervolgens het geheel rustig opeten. Het spul wordt loeiheet geserveerd. De bus komt gerepareerd en wel om half drie, terwijl we net een reservebus geregeld hebben. We vertrekken naar het niet al te ver gelegen kloostercomplex Ivolkinsky. Dit is het belangrijkste complex van de boeddhistische gemeenschap in BoerjatiÎ. Sinds het einde van de Sovjet-Unie is men driftig aan het restaureren geweest waardoor het er weer zeer fraai uit ziet. We krijgen een rondleiding van een monnik die studeert om lama te worden. Sommige vogelaars vinden dit wat matig maar fleuren helemaal op bij het zien van een familie kleine bonte spechten op dit terrein. Na de rondleiding en het kopen van souvenirs maken we een wandeling in de omgeving. De bruine klauwier is alom tegenwoordig maar de aandacht wordt ook getrokken door een viertal hoppen die op de verlaten kolchoz-bedrijfsgebouwen spelen. Twee stipjes heel in de verte tegen een bosrand vinden we de moeite waard om nader te bekijken. Onderwijl zien we bekende weidevogels in deze graslanden: wulp, watersnip, kievit en veldleeuwerik. Na drie kwartier lopen door het natte en soms hoge gras, waarbij we af en toe om moesten vanwege een wat al te brede sloot, zijn we zo dichtbij dat we in de telescoop heel duidelijk twee jufferkranen kunnen bewonderen. Met inmiddels heel erg natte schoenen lopen we weer terug naar de bus en rijden we weer naar ons hotel in Ulan Ude. 's Avonds eten we een heel overvloedige en zeer goede maaltijd bij de plaatselijke chinees.

8 juli De steppen ten zuiden van Ulan Ude
Vandaag staan we vroeg op voor een bezoek aan de steppe ten zuiden van het meer Bayangol Gusinoye. De ochtendnevels sieren het landschap. Geleidelijk aan wordt het warm en droger. Onderweg ontbijten we in een boerjatisch restaurantje. Na enkele uren komen we aan de zuidoever van het meer aan. Daar gaan we wandelen. Het landschap is erg open met hoge en lage kruidenvegetaties, struikjes en vlak langs het meer lage duinen. Ook hier is de vegetatie vrij open. Hier trekken vooral de vogels de aandacht met een prachtige citroenkwikstaart, een strandleeuwerik, zwarte wouwen, langstaartroodmussen en hoppen. Na de lunch in het dorpje Gusinoye aan de zuidwest oever van het meer, waar we mooi de klipduiven kunnen zien, gaan we een paar andere plekken bezoeken. Zo komen we aan de oevers van de rivier de Selenga, waar het water zo warm is dat zelfs Dima er in gaat zwemmen. Het is heet en zonnig. Duizenden sprinkhanen zitten er tussen de schaarse plantengroei. Een talrijke en bijzondere soort bidt als een miniatuur roofvogeltje op een meter hoogte rond, onderwijl heftig tjirpend. Onderweg zien we ook nog enkele mongoolse buizerds. In de namiddag rijden we terug richting Ulan Ude en vervolgens langs de Selenga naar het dorp in de delta, waar we twee nachten bij mensen thuis zullen overnachten. Wij worden daar over vier huizen verdeeld. Onze gastvrouwen hebben in een van de huizen een heerlijke maaltijd bereid waar we ons tegoed aan doen. Dit alles vergezeld door wodka en wijn. Ze laten duidelijk blijken dat de Russische keuken hier heel wat voorstelt. Na de maaltijd gaan we naar onze adressen waar we met meer of minder succes proberen contact te hebben met deze aardige mensen die jammer genoeg alleen maar Russisch spreken.

9 juli Igor de vogelgids heeft een verrassing
's Ochtends om acht uur staan we klaar bij een hoofdstroom van de Selenga, waar drie motorboten voor ons klaar liggen. Onze gids voor deze dag is Igor Fefelov, die we speciaal uit Irkoetsk hebben laten komen. De grote verrassing voor drie van ons is dat Igor de verloren bagage heeft meegenomen. Uiteindelijk is de bagage met veel vertraging in Irkoetsk aangekomen en door de inspanningen van Katja vrijgekomen en Igor meegegeven. De arme Igor heeft de zaak in zijn eentje met de trein meegezeuld, maar de dankbaarheid is groot en wordt ook in financiÎle zin bevestigd. We gaan weg om kwart voor acht en varen snel over de Selenga. Overal langs de oevers zien we oeverlopers en citroenkwikstaarten; dat zal de hele dag zo blijven. Eerst gaan we naar een gebiedje met veel laag bos, struikgewas en hoog gras. Hoewel je er nauwelijks sporen van ziet wordt dit gebied begraasd door paarden. De plantengroei is er uitbundig met veel bloemen, maar Igor wijst ons vandaag speciaal op de vogels. Een wenssoort voor een aantal van ons is de roodkeelnachtegaal. Jammer genoeg moeten we het doen met een aantal duidelijke waarnemingen van de zang, maar laat de vogel zich niet zien. We zien er als troostprijs azuurmees, maskergors en veel muggen. Na de waarnemingen hier gaan we met de boot naar een meer open gebied. We maken hier een korte wandeling door het grasland evenwijdig aan een lange rij lage boompjes. De meest oplettenden onder ons zien al gauw in de verte een tweetal adulte zeearenden rondzweven. Onze gidsen brengen ons steeds dichterbij tot wij vrij zicht hebben op het nest met twee bijna vliegvlugge jonge zeearenden. De arme ouders vliegen zenuwachtig rond. Als we het allemaal gezien hebben verwijderen we ons weer gauw, met een prachtig beeld van de jongen zo dichtbij nog op ons netvlies. Daarna krijgen we in het onderkomen van de bewakers een uitstekende lunch met heerlijke vis die weer op een vuurtje is geroosterd. In het onderkomen broeden boerenzwaluwen, die hier donker bruinrood zijn op de borst en buik. Boven de rietlanden zweven bruine kiekendieven van de oostelijke ondersoort. Op een afstand lijken ze nog meer op blauwe dan op bruine kiekendieven. Na de lunch maken we nog een wandeling langs de oever. We krijgen hier heel mooi zicht op de Siberische sprinkhaanzanger. Het einddoel van deze wandeling is een plas temidden van de zegge- en rietlanden waar een familie parelduikers huist. Hoewel we ze slechts op grote afstand kunnen zien valt het op dat de ouders al zenuwachtig worden en de twee jongen dicht bij zich houden. Daar zullen ze wel alle reden toe hebben met al de zeearenden en bruine kiekendieven hier. We varen nog verder door en bezoeken meer open land. Her en der lopen kudden paarden die hier voor het vlees gehouden worden. We zien groepjes kraanvogels, een poelruiter, wulp en vele blauwe reigers. Als we terugvaren laten zich een prachtige velduil en een blauwe ekster zien. Na de dag vol indrukken keren we terug op onze gastadressen. We eten nu bij onze gastvrouwen thuis. Ook krijgen we allemaal de gelegenheid om even lekker de banja in te gaan.

10 juli De trein gemist
Afscheid van onze gastvrouwen en vertrek per bus naar een oud kerkje, dat gerestaureerd wordt. Het kerkje was ooit het enige stenen gebouw ten oosten van het Baikalmeer. Het is er gebouwd ter nagedachtenis aan een delegatie diplomaten van de tsaar, die er door een legertje mongolen zijn uitgemoord. Onderweg stoppen we nog langs de oever om de prachtige Siberische irissen te fotograferen, waarbij we ook nog grutto's en poelruiters zien. Daarna rijden we door naar Sludjanka, waar we om vier uur aankomen. Helaas blijkt er iets veranderd te zijn in de dienstregeling tot grote frustratie van Dima, die anderhalve week geleden nog gecontroleerd had of hij de goede dienstregeling kende. De trein is al weg naar Port Baikal en we moeten nu helemaal over Irkoetsk rijden en het veer weer nemen wat drie een half uur duurt. Het is een domper maar was niet te voorzien. Uiteindelijk komen we in Listvianca aan waar we door een enorme wolkbreuk worden verwelkomd. Drijfnat gaan we op de veerboot naar Port Baikal, waar we na het diner nog kunnen bijkomen in de banja.

11 juli Regen en nog meer regen
De dag verregent bijna geheel. We maken een wandeling in omgeving van ons onderkomen in Port Baikal. Na de lunch nemen we de boot naar Listvianka, waar het bij aankomst zo hard regent dat niemand de boot af wil. Uiteindelijk kruipen we nat en koud in de bus en gaan naar Irkoetsk waar we na anderhalf uur aankomen. Ons hotel is Hotel Rus in het centrum van Irkoetsk. Het hotel is goed naar Russische begrippen, maar het diner valt een beetje tegen. De avond is ter vrije besteding.

12 juli Zonder haperen terug naar huis
's Ochtends staan we om zes uur klaar en worden met een busje naar het vliegveld gebracht. Peter en Mies zwaaien ons uit, omdat ze nog tot het eind van de maand in Rusland blijven. Onze vlucht naar Moskou vertrekt vrijwel op tijd. In Moskou gaan we met de bus naar het andere vliegveld en wachten daar enkele uren tot onze vlucht naar Amsterdam vertrekt. In de tussentijd gaan een paar van ons een wandeling maken in het bos tegenover het vliegveld in de hoop daar nog wat vogels te zien en te horen. We hebben daar erg zonnig weer bij. We zien en horen hier de grauwe fitis. Verder is het bos niet erg opwindend hoewel de bosbessen lekker zijn. Om half tien 's avonds komen we aan in Amsterdam en nemen we hartelijk afscheid.

Hotel Port Baikal
Pacifische gierzwaluwen
Berkenbos
Het Baikalmeer
Agkristodon halys
Shamanenrots op Olchon
Bobakmarmot
Siberische grondeekhoorn
Baikalrob
eekhoorn
sabelmarter
Mongoolse meeuw
Linneausklokje
Duinen
Jonge zeearenden
Boerjatische tempel
Grootgeaderd witje
Mongoolse steppe
Steenarend
Azuurmees
Siberische lis
Trollius
vader Baikal's rots in Angara
boomvalk



Last modified Saturday, 17th December, 2011 @ 06:59pm

Blue Elephant - Tebinckslaan 14 - 9462 PV Gasselte - Telefoon: 0599 56 51 24 - Fax: 0599 56 45 44 - KVK: 04046067