|
EEN TROPISCHE PAREL IN DE INDISCHE OCEAAN
Reisinformatie Sri Lanka
>> klik hier voor het reisverslag van deze reis
Van deze reis is een zeer mooi foto-overzicht, gemaakt door Wim Smeets.
Klik hier voor de foto's
Bijzondere endemen in een tropisch paradijs
Onder het Indisch subcontinent ligt Sri Lanka als een parel. Er zijn veel overeenkomsten met het buurland en ook verschillen. De bevolking is hartelijk en vriendelijk, het land is veel schoner en het landschap intiemer en groener. Sri Lanka, het voormalige Ceylon, heeft dicht bij elkaar regenwoud, natuurlijke en kunstmatig aangelegde wetlands, rijstvelden en theeterrassen. Vanaf de kustvlakten met lagunen en mangrovebossen stijgt het op tot het hooggebergte van de Horton Plains. De bewoners in deze verscheidenheid van habitats (of ze nu lopen, kruipen of vliegen, in de boomtoppen of op de bodem leven) zijn zo mogelijk nog gevarieerder en fascinerender. Het eiland is ongekend rijk aan vogelsoorten, haast niet te overtreffen door enig ander Aziatisch land: 425 soorten, waarvan 251 standvogels. Niet minder dan 23 soorten (!) zijn endemisch, met nog eens 81 endemische ondersoorten. Toch zijn het niet alleen de vogels die Sri Lanka zo aantrekkelijk maken. Veel vogels delen de boomkruinen met lori's, apen en eekhoorns. Verder zijn er ook grote zoogdieren, zoals Indische olifanten, verschillende soorten herten, waterbuffels, zwijnen, jakhalzen, panters en lippenberen.
Rondreis vanaf zee en langs Nationale Parken en natuurgebieden
De geringe grootte van Sri Lanka (in oppervlakte ongeveer anderhalf keer Nederland) maakt het mogelijk om in een kleine twee weken alle interessante gebieden te bezoeken. We bezoeken de kust en concentreren ons op de Nationale Parken, waar de voorzieningen goed zijn en de meeste soorten zijn aan te treffen. Op een groot deel van het eiland wordt authentieke tropische landbouw bedreven. We zien o.a. rijstvelden (met vogels!), groene golvende theevelden en plantages van kokosnoten en rubberbomen. Tijdens deze reis is er een reële kans op het zien van zo'n 240 soorten vogels.
Van neushoornvogel tot witbuikzeearend
Zo gevarieerd als de leefgebieden op Sri Lanka zijn, zo gevarieerd is de vogelwereld. De wetlands herbergen verschillende soorten ooievaars, eenden, aalscholvers, reigers, slangenhalsvogels en pelikanen. Ook roofvogels zijn van de partij, met o.a. Indische slangenarend, grijze en Brahmaanse wouw, kleine rivierarend en witbuikzeearend. Een van de minst toegankelijke en meest overweldigende natuurgebieden van Sri Lanka is de Horton Plains, een vlakte afgewisseld met altijd vochtig bergwoud. Geelpluimbuulbuul, Ceylon-vliegenvanger en Ceylonese brilvogel zijn endemische soorten, die de heuvels delen met een heel leger aan andere bergbewonende soorten. De indrukwekkendste daarvan is misschien wel de roodbuikdwergarend. De Sri Lankaanse grijze neushoornvogel is ook zo'n spectaculaire soort die niet zeldzaam is.
Ceylonese olifant
Safariliefhebbers, die het vooral op groot wild hebben voorzien, hebben termen verzonnen waarmee men aangeeft hoeveel spectaculaire soorten groot wild in een land of gebied voorkomen. Zo spreekt men op Sri Lanka van de `big four': olifant, waterbuffel, panter en lippenbeer. Met uitzondering van de panter komen alle soorten alleen voor in de lagere delen van het land. Het stroomgebied van de Mahaweli is de woonplaats van de Ceylonese olifant. Behalve de vogels en de `big four' zijn het vaak juist de kleinere zoogdieren en de reptielen die deze reis bijzonder maken. Op Sri Lanka komen bijvoorbeeld een aantal soorten varanen (zeer grote landbewonende hagedissen), pythons en twee soorten krokodillen voor. De tijger ontbreekt. Zijn rol van toppredator wordt op Sri Lanka overgenomen door de panter. Panters zijn echte nachtdieren, de kans er een te zien is erg klein.
December: prettig weer
December is in Sri Lanka een droge tijd en is voor een reis waarschijnlijk een van de beste maanden. Er zijn opvallend weinig reizigers en er zijn volop wintergasten aanwezig. De temperatuur is warm maar in de bergen kan het fris zijn, een trui of jas is dan geen overbodige luxe. Een aangename bijkomstigheid van Sri Lanka is dat het een schoon en fris land is.
Kleurrijke bevolking
Sri Lankanen zijn erg vriendelijk en velen spreken, als herinnering aan de Engelse overheersing, redelijk Engels. Behalve de hedendaagse cultuur maken we gedurende de reis, ook kennis met prachtige Boeddhabeelden en met authentieke ruines van gebouwen en tempels van vroegere koninkrijken. Op dit soort plekken zijn vaak opvallend tamme vogels en apen te zien. Spectaculair is de dans van baltsende blauwe pauwen, die in november aanvangt. Van de vele vogelsoorten is er o.a. kans op de reusachtige zwartnekooievaar, Indische paradijsvliegenvanger, Malabarenneushoornvogel en schamalijster. Deze laatste is een van de beste zangers ter wereld.
Het leeuwenkoning'-regenwoud
Het Sinharaja of `leeuwenkoning' -woud is het laatste restant van een laaglandregenwoud in Sri Lanka, dat meer dan 1000 km2 groot is. Hoewel leeuwen er alleen in verhalen voorkomen, is het woud in biologisch opzicht toch een paradijs te noemen. Driekwart van alle plantensoorten op Sri Lanka is hier vertegenwoordigd. Opvallend is het grote aantal endemen, zowel wat betreft de flora als de fauna. Van alle planten is bijvoorbeeld 75% endemisch! Met uitzondering van de olifant is vrijwel de complete fauna van Sri Lanka in dit gebied aanwezig. Een wandeling door het regenwoud is een onvergetelijke ervaring. De woudreuzen boven ons zijn bezaaid met orchideeën. Op de bemoste takken worden we gadegeslagen door kleurrijke hagedissen, terwijl reuzenvlinders voor ons uit fladderen. In de boomkruinen zijn lawaaierige apen te horen. Bijna alle endemen die op Sri Lanka voor komen, leven in het regenwoud van Sinharaja, waaronder bijvoorbeeld Ceylonhoutduif, maskerspreeuw, Ceylonkitta en Ceylonspoorkoekoek. Andere interessante soorten zijn o.a. trogon, grijskoplijstergaai, blauwvleugelbladvogel, bonte dwergtriller, vlekvleugellijster en Ceylon dwerguil. De vaak grappige Nederlandse namen worden natuurlijk niet door de lokale gids gebruikt. In de praktijk zal blijken dat veel soorten ook door de Nederlandse gids met hun Engelse naam aangeduid worden.
|
|